DE IMKERIJ


Korte geschiedenis van het imkeren

Tot in de twintigste eeuw werden bijen in gevlochten bijenkorven gehouden. Omdat voor het oogsten van de honing het bijenvolk gedood moest worden ( middels het spuiten van zwavel), werd het zwermen aangemoedigd om aan nieuwe volken te komen. Door te gaan zwermen deelt een bijenvolk zich op natuurlijke wijze op in twee of meer kleinere volken.

De introductie van de bijenkast met verwisselbare ramen zorgde voor een radicale breuk met het verleden. Het was nu mogelijk afzonderlijke raten uit de volken te halen, dat maakte het oogsten van honing eenvoudig en het afzwavelen van bijenvolken overbodig.

In de oude korf-imkerij was het zwermen van bijenvolken erg belangrijk, in de moderne imkerij speelt juist het voorkomen van zwermen een grote rol: zo worden grote volken gecreëerd, die veel honing opleveren.
Het opsplitsen van volken ( om zo meer volken te creëren ) gebeurt nu gecontroleerd door de imker zelf

Een andere ontwikkeling die bepalend is geweest voor de imkerij, is de komst van de varroamijt naar Europa. Deze mijt tast de larven aan, waardoor jonge bijen vaak verminkt en zwak zijn, hetgeen een heel volk ten onder kan doen gaan. Sinds de intrede van deze varroamijt  is de bestrijding er van een vast onderdeel geworden van het imkeren. De komst van de varroamijt is voor veel imkers een reden geweest te stoppen met het houden van bijen.

Bron: Wikipedia 2019